Behandeling

Een beenlengteverschil moet eerst door uw podotherapeut of fysiotherapeut onderzocht worden. De podotherapeut kan het beenlengteverschil precies bepalen.

Als blijkt dat met oefeningen of mobiliseren van uw rug of bekken geen vermindering hiervan wordt gezien dan kan een beenlengteverschil gecompenseerd worden door een hakverhoging. Deze hakverhoging kan in de schoen gemaakt worden, onder de hak van de schoen of in de slipper verwerkt worden.

 

Over het algemeen kan er tot ongeveer 1 cm in de schoen gecompenseerd worden. Bij een groter verschil, moet de correctie onder de schoen worden uitgevoerd. Wanneer het beenlengte verschil of de bekkenscheefstand veroorzaakt wordt doordat de voeten ongelijk staan kan ook dit worden gecorrigeerd door middel van podotherapeutische zolen of slippers.

De podotherapeut kan u een passend/juist schoen- en/of slipperadvies geven en met behulp van podotherapeutische zolen uw voetstand corrigeren of het beenlengteverschil compenseren.

 

Bij reguliere slippers is correctie of een hakverhoging vaak niet mogelijk.

Wel bij Zlippo. In uw Zlippo kan een compensatie voor een beenlengteverschil gemaakt worden. Tot 10 mm is het aan de buitenkant nauwelijks zichtbaar.

Ook andere correcties die uw voeten nodig hebben worden er in aangebracht.